• huiswerkbegeleiding
  • bijles
  • bijles-basischool
  • informatie-huiswerkbegeleiding

Echte dyslexie, je zult het maar hebben!

Echte dyslexie, je zult het maar hebben!

Dat dyslexie de afgelopen week veel in het nieuws was kan bijna niemand meer ontgaan zijn. Met veel plezier, en vooral om op te komen voor onze dyslectische leerlingen bemoeien wij ons ook met deze discussie. Ongeveer 30% van onze leerlingen heeft een diagnose met daaraan gekoppeld leerproblemen of op zijn minst extra uitdagingen om elke dag weer onderwijs te volgen. Dat varieert van leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum, die voor de zekerheid maar elke dag alle schoolboeken meenemen, om acht uur op school zijn en eigenlijk tijdens de leswisseling niet door de drukke gangen durven te lopen, tot inderdaad leerlingen met dyslexie.

Veel van deze leerlingen kun je prima helpen, leren omgaan met hun problemen, alternatieven bedenken, zorgen wegnemen en vertrouwd maken met de dagelijkse onderwijspraktijk. Dat is vaak genoeg!

Maar dyslexie kan voor kinderen echt frustrerend zijn. Er is weinig tot niets aan te doen en er wordt ook weinig gedaan met de oplossingen die er wel zijn. In de tien jaar die Op Maat Studiebegeleiding nu bestaat, hebben we intensief met jongens en meisjes talen geleerd, woordjes, zinnen, grammatica. Bij sommige leerlingen blijft het simpelweg niet hangen. We hebben samen met kinderen uren op de bank gezeten, kopje thee erbij, stukje chocolade, woordenlijsten in kleine stukjes verdeeld van slechts vijf woorden en dan steeds maar herhalen en herhalen en langzaam de volgorden gaan veranderen en weer herhalen. Na uren oefenen wil het dan bij sommige kinderen nog steeds niet lukken. De woordjes blijven niet hangen of ze kunnen zinnen niet decoderen. Een proces met als gevolg gefrustreerde leerlingen die de moed in de schoenen is gezakt. En wanneer je dan een keer een vakdocent spreekt zijn er ook nog docenten bij die hardop zeggen; Maar Pietje of Janneke doen ook gewoon te weinig, ze werken niet hard genoeg!

Dat terwijl sommige van deze kinderen eigenlijk niks anders meer doen dan aan talen werken. Deze kinderen hebben niet alleen een ontzettend grote leerstoornis. Ze krijgen ook jarenlang klap op klap. Slechte cijfers, vervelend commentaar van docenten en docenten en scholen die zich niet aan het dyslexieprotocol houden. Soms ontwikkelen deze kinderen hierdoor zelfs andere psychische problemen.

Leerlingen met echte dyslexie, of het nu woordjes leren, en automatiseren betreft of het decoderen van zinnen en teksten, het is misschien wel de vervelendste leerproblematiek die er is. Want nogmaals, er is vaak weinig aan te doen en wat wel helpt doen we vaak niet of mag simpelweg niet.

Dit alles neemt niet weg dat er in Nederland bovengemiddeld veel leerlingen zijn met dyslexie en dat je jezelf wel eens afvraagt of iemand wel echt dyslexie heeft. Onze taal is natuurlijk vrij ingewikkeld en we kunnen dit soort problemen steeds beter diagnosticeren. Heel misschien verklaart dat deels de toename van het aantal dyslecten. Tegelijkertijd valt het ook op hoe slecht veel middelbare scholieren het Nederlands beheersen. Bij spellings- en grammatica-toetsen vliegen de onvoldoendes je om de oren. Dus ander of beter taalonderwijs is wellicht een deel van de oplossing en dat moet dan al beginnen op de basisschool. Op jonge leeftijd moeten leerlingen steeds meer vaardigheden beheersen, die ook bij het vak Nederlands uitgebreid aan de orde komen, zoals bijvoorbeeld presenteren. Maar misschien moeten we de eerste jaren weer terug de diepte in. Leer kinderen spellen en ontleden en pas wanneer ze dat kunnen ga je verder met presenteren, werkstukken schrijven en po√ęzie.

De hoogleraren die deze discussie hebben aangezwengeld hebben zeker wel een punt. Enige nuance in dit debat en erkenning van de problematiek bij kinderen die er echt last van hebben mag ook wel. Het zijn niet de kinderen die om de diagnose dyslexie hebben gevraagd.